Steeds meer mensen werken door na hun pensioen, flexibel pensioen wint terrein
Pensioen krijgt steeds minder het karakter van een vast moment waarop iemand van de ene op de andere dag stopt met werken. Steeds meer Nederlanders blijven ook na het bereiken van de AOW-leeftijd actief op de arbeidsmarkt. In het tweede kwartaal van 2026 waren er 152.000 werknemers ouder dan de AOW-leeftijd. Begin 2018 waren dat er nog 96.000, blijkt uit cijfers van het CBS.
De ontwikkeling past bij een bredere verandering in de manier waarop mensen naar hun laatste werkzame jaren kijken. Niet iedereen wil volledig stoppen zodra de AOW ingaat. Sommigen willen hun werkzaamheden langzaam verminderen, terwijl anderen juist plezier halen uit hun vak, sociale contacten of het overdragen van kennis. Daardoor ontstaat steeds meer behoefte aan een pensioen dat aansluit bij de persoonlijke situatie.
Pensioenmoment wordt steeds persoonlijker
De klassieke overgang van fulltime werken naar volledig met pensioen gaan maakt plaats voor meer tussenvarianten. Een paar dagen per week blijven werken, minder verantwoordelijkheid dragen of tijdelijk langer actief blijven kan voor sommige werknemers aantrekkelijker zijn dan abrupt stoppen.
Voor werkgevers betekent dit dat het gesprek over de laatste fase van een loopbaan eerder moet beginnen. Niet pas wanneer de pensioendatum in zicht komt, maar al enkele jaren daarvoor kan worden besproken welke werkzaamheden iemand wil blijven doen en hoeveel ruimte er is om het werk aan te passen. Dat kan bijvoorbeeld door andere werktijden, minder uren of een functie met minder verantwoordelijkheden.
Financiën spelen belangrijke rol bij de keuze
Dat iemand na de AOW-leeftijd blijft werken, betekent bovendien niet automatisch dat dit uitsluitend een persoonlijke voorkeur is. Werk kan zorgen voor structuur, sociale contacten en voldoening, maar inkomen kan eveneens een belangrijke reden zijn om langer actief te blijven.
Juist daarom is het belangrijk dat werknemers inzicht krijgen in hun financiële mogelijkheden. Minder werken heeft gevolgen voor het inkomen, terwijl AOW en aanvullend pensioen op verschillende momenten kunnen ingaan. Door vooraf verschillende scenario’s naast elkaar te zetten, wordt duidelijker wat er financieel gebeurt wanneer iemand bijvoorbeeld één of meerdere dagen minder gaat werken.
Meer ruimte voor een flexibel pensioen
Ook de AOW zelf kan in de toekomst mogelijk een grotere rol spelen bij het vormgeven van een persoonlijke pensioenroute. Een optie die regelmatig terugkomt in discussies over pensioen is het later laten ingaan van de AOW in ruil voor een hogere maandelijkse uitkering.
Zo’n systeem zou mensen die financieel en fysiek langer kunnen doorwerken meer mogelijkheden kunnen geven om het moment waarop zij minder gaan werken of helemaal stoppen zelf te bepalen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat zo’n keuze daadwerkelijk vrijwillig blijft. Een hogere AOW bij uitstel mag niet betekenen dat mensen met onvoldoende financiële ruimte feitelijk worden gedwongen om langer door te werken.
De stijging van het aantal werknemers boven de AOW-leeftijd laat zien dat de grens tussen werken en pensioen al aan het verschuiven is. De volgende stap is mogelijk een pensioenstelsel waarin niet alleen het moment van stoppen centraal staat, maar vooral de vraag hoe iemand de laatste jaren van zijn loopbaan wil inrichten. Daarmee wordt pensioen steeds meer een persoonlijke keuze in plaats van een vaste einddatum.
