Europese bedrijven blijven duurzaamheidsrapportages publiceren, ook zonder CSRD-plicht
Europese bedrijven zetten hun duurzaamheidsrapportage in grote meerderheid voort, ook nu de verplichte rapportageplicht onder het EU-Omnibus-vereenvoudigingspakket voor een deel is vervallen. Dat blijkt uit de osapiens-studie “Beyond Compliance: Sustainability Reporting After the Omnibus”.
Maar liefst 90 procent van de organisaties die niet langer binnen de reikwijdte van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) vallen, geeft aan de rapportage te willen behouden of zelfs uit te breiden. Voor veel bedrijven is duurzaamheidsrapportage daarmee uitgegroeid van een wettelijke verplichting tot een strategische kernfunctie.
Van verplichting naar strategisch instrument
Met het EU Omnibus Simplification Package is de rapportageplicht voor sommige bedrijven versoepeld. Dat verandert echter niets aan de noodzaak om duurzaamheidsrisico’s te beheersen. Steeds meer organisaties zien rapportage dan ook niet langer als een compliance-oefening, maar als integraal onderdeel van risicomanagement, kapitaaltoewijzing en communicatie met investeerders, klanten en partners.
Belangrijkste uitkomsten
- 90% van de bedrijven die buiten de CSRD-scope vallen, wil rapporteren blijven voortzetten of uitbreiden.
- 86% verwacht te kunnen blijven rapporteren in lijn met CSRD-vereisten.
- 88,9% van alle bedrijven wil de komende twaalf maanden extra investeren in tools en automatisering.
- 90% geeft aan dat duurzaamheidsrapportage al gedeeltelijk of volledig is geïntegreerd in financiële rapportageprocessen.
Duurzaamheidsdata speelt bovendien een actieve rol bij strategische beslissingen, zoals:
- Operationele en resourceplanning (52,8%)
- Innovatie en procesontwerp (47,7%)
- Financiële planning en investeringskeuzes (38,1%)
- Supply chain-risicoanalyse (38,1%)
Het grootste voordeel van rapportage is volgens 49,2% beter inzicht in klimaat-, supply chain- en operationele risico’s. Daarnaast noemen bedrijven meer vertrouwen bij investeerders (43,8%), het voldoen aan eisen van klanten en partners (43,8%) en betere afstemming tussen finance en sustainability (43,3%) als belangrijke pluspunten.
De duurzaamheidsparadox
Tegelijkertijd signaleert het onderzoek een spanningsveld. Hoewel 90% van de ‘descoped’ bedrijven wil blijven rapporteren, verwacht 84,5% dat minder regelgevende druk uiteindelijk zal leiden tot minder interne middelen.
Belangrijkste knelpunten zijn:
- Budgetbeperkingen (43%)
- Versnipperde datasystemen (40,7%)
- Gebrekkige technologische integratie (31%)
- Onduidelijke interne verantwoordelijkheden (29,1%)
De studie spreekt daarom van een ‘duurzaamheidsparadox’: strategische erkenning van het belang van rapportage, gecombineerd met afnemende middelen. Automatisering en gecentraliseerd databeheer worden cruciaal om de kwaliteit van rapportage te waarborgen. Zeker nu vrijwillige rapportage kan leiden tot meer fragmentatie tussen verschillende standaarden, zoals VSME, CCF, GRI en ISSB.
Expertvisie
Volgens Andreas Rasche, Professor of Business in Society aan Copenhagen Business School, laten de resultaten zien dat grotere bedrijven die onder Omnibus I zijn vrijgesteld, bewust kiezen voor continuïteit. Vrijwillige rapportage en beyond-compliance-strategieën krijgen daarmee een prominente plek op de duurzaamheidsagenda.
Alberto Zamora, medeoprichter en co-CEO van osapiens, benadrukt dat de afgelopen jaren vooral werden gekenmerkt door steeds strengere regels en uitbreiding van de rapportageplicht. “Het Omnibus-pakket verandert dat. Maar bedrijven schakelen niet terug zodra de verplichting vervalt. Ze begrijpen dat rapportage essentieel is om risico’s te beheersen, kapitaal gericht in te zetten en duurzaam te groeien.”
De studie onderstreept dat duurzaamheidsrapportage, zelfs bij lagere regeldruk, een centrale rol blijft spelen in het managen van risico’s en reputatie. Rapportage groeit daarmee uit tot een marktverwachting én een concurrentiefactor.
